Beenlengteverschil

Wat is het?
Bij een beenlengteverschil (BLV) is het ene been langer dan het andere been, waardoor een bekkenscheefstand ontstaat. Veel mensen hebben een beenlengteverschil zonder dat ze het zich beseffen, omdat ze geen klachten hebben. Het is wel noodzakelijk een verschil te maken tussen een absoluut beenlengteverschil en een schijnbaar beenlengteverschil



Absoluut beenlengteverschil
Bij een absoluut beenlengteverschil is er daadwerkelijk verschil in de lengte van de botten van het onderbeen, het bovenbeen of zit de ene heupkop verder in de kom dan de andere. Een absoluut beenlengteverschil kan o.a. ontstaan door een beenbreuk, groeistoornis, nieuwe heup(en), nieuwe knie(en)waarbij het been recht is gezet en door vervanging van de meniscusschijf.



Schijnbaar beenlengteverschil
Er is sprake van een schijnbaar beenlengteverschil wanneer de botten in de benen allemaal op gelijke lengte zijn, maar de ene bekkenrand hoger staat dan de andere. Soms wordt dit veroorzaakt door een bekkenrotatie of bekkenverwringing wat vaak een gevolg is van een blokkade in de onderrug / SI-gewricht.
Ook kan het zijn dat de ene voet meer doorzakt (proneert) dan de andere voet. Hierdoor verkort het been van de voet welke overproneert. De andere voet zal dit proberen op te vangen door meer op de buitenkant te gaan staan (supineren). Zo probeert het lichaam dit schijnbaar beenlengteverschil op te lossen.



Podotherapie
Allereerst is het belangrijk om te weten of er sprake is van een absoluut beenlengteverschil of van een schijnbaar beenlengteverschil. De podotherapeut is goed in staat om dit te onderzoeken. Bij een absoluut beenlengteverschil  kan er gedacht worden aan een hakverhoging en/of een podotherapeutisch zool om het beenlengteverschil te compenseren. Het is afhankelijk van het aantal milimeters verschil in beenlengte wat de podotherapeut u adviseert. Bij beenlengteverschillen tot maximaal 1 cm kan de podotherapeut een verhoging in de schoen van het korte been plaatsen. Wanneer het beenlengteverschil meer dan 1 cm is,  is het beter om bij de schoenmaker een gehele verhoging onder de schoen te laten maken, omdat er anders een spitsstand van de voorvoet gecreëerd wordt.  De podotherapeut zal uw adviseren over de hoogte van de compensatie die de schoenmaker dan voor u onder de schoen kan maken.

Bij een schijnbaar beenlengteverschil waarbij de ene voet meer naar binnen zakt dan de anderen, kan de podotherapeut met podotherapeutische zolen deze stand corrigeren. Wanneer uit het podotherapeutisch onderzoek blijkt dat het schijnbare beenlengteverschil ontstaat doordat het bekken niet goed beweegt, verwrongen is dat of er mogelijk sprake is van een blokkade in de rug/SI-gewricht, zal de podotherapeut u doorverwijzen naar de manueeltherapeut voor het opheffen van deze verwringing/blokkade.

Rugonderzoek Podotherapie Reggestreek Rijssen